succes
succes
Inhoud
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- suc·ces
Woordherkomst en -opbouw
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘welslagen’ voor het eerst aangetroffen in 1690 ^[1] ^[2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | succes | successen |
| verkleinwoord | succesje | succesjes |
Zelfstandig naamwoord
succes o
- het slagen van een opzet
- Wikipedia is een doorslaand succes geworden.
▸ Tijdens mijn studietijd was ik wel eens een lang weekend in mijn eentje naar Schiermonnikoog geweest, maar dat was geen onverdeeld succes geweest.[3]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- succes boeken
§6
2023 0103 1422